Algemeen

Werken bij de TEE in Heilbronn 3 juni

In verband met het aanstaande transport van de TEE rijtuigen vanuit het Duitse Heilbronn naar Nederland was het noodzakelijk dat een groot aantal onderdelen dat zich in Süddeutsches Eisenbahn Museum in de nabijheid van de trein bevond in de trein zou moeten worden gelegd. Veel onderdelen waren destijds uit Canada meegekomen, andere waren in der loop van de tijd uit Zwitserland meegebracht. In verband met de druk die het museum op ons begon uit te oefenen werd het oorspronkelijk geplande werkweekend naar voren gehaald en uiteindelijk op zaterdag 3 juni bepaald.

 
Op vrijdag 2 juni vroeg vertrok de eerste groep van TEE Nederland medewerkers (Jaap Nassette met zijn neef en Hans Beukers) per auto uit Nederland. De voorzitter, Dick Rensema, was reeds eerder ter plekke en had met de mensen van het Süddeutsches Eisenbahn Museum al de nodige voorbereidingen getroffen. Zo konden de TEE NL vrijwilligers overnachten in een rijtuig op het museum-terrein en was er voor ontbijt gezorgd in de buffetruimte van het museum. Omstreeks middernacht arriveerden de laatste groep medewerkers (Ed de Bruijn, Pieter van der Ree en Rob van der Flier) en konden zij in het duister over het museumterrein hun slaaprijtuig opzoeken. Voor Rob bleek daar 1 coupé te weinig te zijn en daarom nam hij zijn intrek in het museumgebouw zelf.

 Heilbron
De TEE Nederland ploeg zit al vroeg (zie de klok) aan het ontbijt in de buffetruimte van het museum te Heilbronn.

 
De volgende dag zaten we al vroeg aan het ontbijt en tegen 08.00 uur begonnen we met de werkzaamheden. In een aparte ruimte lagen overal op de grond onderdelen verspreid. De meest vreemde zaken kwamen tevoorschijn, waarvan vaak niet eens direct aan te geven was waarvan het betrokken onderdeel nu was. Heel bijzonder was wel een doos met zeepjes. De meest zware onderdelen waren wel een aantal Scharfenberg koppelingen die door 4 man tegelijk op een pallet moesten worden gelegd, om deze dan door middel van een heftruck op gelijke hoogte met de trein te krijgen en de koppeling op het balkon van de trein te kunnen leggen.

ploeg
Trots staat de ploeg even bij te komen, nadat de zware Scharfenberg koppeling op een pallet is gelegd. Door middel van de pompwagen werd de pallet op gelijke hoogte gebracht met een balkon van een der rijtuigen, waarna de koppeling in het rijtuig gelegd kon worden Van links naar rechts: Jaap Nassette, Pieter van der Ree, neef van Jaap, Ed de Bruijn en Hans Beukers.

 
Andere zware onderdelen vormden een aantal vensters die verspreid werden in de coupés. Verder waren er enorm veel luchtslangen en elektriciteitskabels, warmtepanelen en zelfs toiletpotten die de trein in gingen. De mensen van het spoorwegmuseum waren ondertussen bezig met het smeren van de draaistellen.

 koppeling
Nog een plaatje van de Scharfenbergkoppeling met van links naar rechts: Hans Beukers, Dick Rensema en Rob van der Flier.


onderdelen
In een aparte ruimte van het museum lagen vele losse onderdelen verspreid. De metalen strips in het midden zijn er voor om de rubberen vouwbalgen aan de buitenzijde van de rijtuigen vast te maken. De overgangen tussen de TEE rijtuigen waren immers geheel dicht.

onderdelen
Als eerste werden de onderdelen uit de aparte ruimte gehaald en naast de trein neergezet. Na het sorteren van de onderdelen werden deze over de hele trein verspreid.

onderdelen
Nog meer onderdelen, waaronder een Zwitserse noodrem, zie linksboven en veel rubberen onderdelen (voor o.a. de ramen), zie foto onder.

onderdelen 


brand
Op 17 oktober 2005 brandde de lokloods van het DB museum in Nürnberg uit. Een groot aantal locomotieven raakten onherstelbaar dan wel aanzienlijk beschadigd. In mei 2006 werden twee stoomloks naar Heilbronn overgebracht, waaronder deze 23 105. Het museum wil beide loks vooralsnog optisch opknappen. Links is nog net de 86 457 te zien. De 23 105 is de allerlaatste voor de Deutsche Bundesbahn gebouwde stoomlok en deed slechts dienst tot in 1972. De lok is gebouwd in 1959 bij Jung en is dus jonger dan de TEE!

 
Uiteraard werden er ook pauzes gehouden, dit zware werk ben je immers niet gewend. Deze momenten werden bovendien tevens benut om even de benen te strekken op het museumterrein. Sinds een aantal weken staan in Heilbronn de trieste resten van de stoomloks 86 457 en 23 105. Deze stoomloks waren slachtoffer van de grote brand in de museumloods van het spoorwegmuseum te Nürnberg. Dit is uiteraard het ergste wat een museum kan overkomen. Beide loks zijn voorlopig uitgeleend aan het museum in Heilbronn die ze vooralsnog optisch wil opknappen.

 
De middagpauze werd overigens benut met een aangename maaltijd bij de Gaststätte die in dezelfde straat als het museum zit. Na de middagpauze ging Dick Rensema nog verder in zuidelijke richting. Hij reisde richting het Zwitserse Alpnachstadt om daar een ontmoeting te hebben met Kurt Döbeli van TEE CLASSICS die ook nog over veel materiaal beschikt. Hieronder volgt nog een kort verslag van zijn relaas.

 
Na de middagpauze leek het even alsof we de werkzaamheden deze dag niet zouden kunnen afronden, maar om ca 18.30 uur lag toch echt alles in de trein. Hierna zocht een ieder de douche op en gingen we tegen 20.00 uur de stad in om een restaurant op te zoeken en dat vonden we na enige tijd. Na een zeer smakelijke maaltijd gingen we terug naar het museum en zochten ons bed op.

kraan
Een van de vele details die op zondagochtend nog werden gefotografeerd. Een detail uit rijtuig ONR 1987-4 (Ex-NS Ak 1003).

 
De volgende dag werd nog benut voor het fotograferen van de trein en dan vooral de binnenkant. Rond het middaguur vertrokken we weer richting Nederland, waar we rond halfzes moe maar zeer voldaan aankwamen in de wetenschap dat de trein nu in principe gereed staat voor het transport naar Nederland.

 
Bezoek aan Kurt Döbeli
Zaterdagmiddag 3 juni vertrok zoals vermeld de voorzitter van TEE Nederland Dick Rensema vanuit Heilbronn naar het Zwitserse Alpnachstadt om daar een ontmoeting te hebben met Kurt Döbeli van TEE Classics. Kurt Döbeli was de projectleider van het Welcome Home project en was de drijvende kracht achter de aankoop en overbrenging van de TEE rijtuigen uit Canada naar Europa en beschikt nog over veel tekeningen van de TEE die we ook overnamen. Hier volgt een verslag van Dick Rensema.

 
Na de noestige arbeid (die koppelingen en raampartijen zijn zwaar) en de middaglunch heb ik mij omgekleed en mijn koffer ingepakt. Ik moest tenslotte nog door naar het tweede deel van de klus. De reis naar Alpnachstadt in Zwitserland verliep voorspoedig met een korte stop bij de grens, ticket kopen en paspoort controle. Na uitgebreid genoten te hebben van het landschap en de verschillende tunnel systemen (geen bergpas gezien) kwam ik aan in een klein plaatsje: Alpnachstadt. Het eerste wat opviel dat het klein is met zeer oude gebouwen.

 
Aangekomen bij het stationsgebouw, dat niet meer als zodanig gebruikt wordt, valt op dat deze bijna geheel uit hout is opgetrokken (i.p.v. leisteen). Kurt Döbeli legt me uit dat dit een zeer oud gebouw is en dat hier de smalspoorlijn loopt van Luzern naar Interlaken. Deze lijn is ook wel bekend als de Brünigbahn.

 
Tussen Luzern en Hergiswil deelde deze enige smalspoorlijn (1000 mm) van de SBB het traject met dat van de Luzern – Stans – Engelbergbahn (LSE). In het jaar 2005 zijn de SBB en de LSE gefuseerd tot de Zentralbahn AG, maar de SBB is nog steeds hoofdaandeelhouder. De Brünigbahn is deels met tandrad uitgevoerd, system Riggenbach. In 1888 begon de lijn niet in Luzern maar in Alpnachstadt en moesten de passagiers eerst met de boot uit Luzern over de Vierwaldstättersee naar Alpnachstadt. Per trein reed men dan naar Brienz, om vervolgens de boot weer te nemen over de Brienzersee naar Interlaken. Enige jaren later werd de Brünigbahn over het hele traject geopend, omdat er enige tunnels werden gegraven.

 
Na de modernisering van de beveiliging van de hele spoorlijn verloren de stations hun bedienposten en heeft dit stationsgebouw zijn functie verloren. Kurt Döbeli heeft hier nu zijn modelspoor- en souvenirwinkel onder de naam Alpnacher Shop (www.alpnacher.ch) en hij heeft plannen deze nog verder uit te breiden. Helaas heeft hij nogal last gehad van het slechte weer van augustus 2005; het station stond toen onder water !

 
Tegenover het station ligt de Pilatusbahn: een tandradbaan die zo steil is dat de rijtuigen trapsgewijs zijn opgebouwd. Deze lijn naar de top van Pilatus stamt 1886 en is één van de steilste tandradlijnen ter wereld.

 
Daar het al laat was zijn we naar het hotel in Alpnachdorf gegaan waar ik zou overnachten. Met René Diehl (ook van TEE Classics) en Kurt Döbeli zijn we nog, na het eten, wat wezen bomen over de TEE. Om 01:30 uur hebben Kurt en ik er een punt achter gezet. René Diehl was toen al naar huis, na nog een verfrissende douche ben ik gaan slapen.

 
Om 9:00 uur zijn we begonnen met inladen van alle tekeningen van de TEE, zodat de achterbak geheel gevuld was (zie foto) daarna zijn er nog wat spullen zoals de remkraan in de auto gelegd. Om 10:30 was ik onderweg naar Heilbronn om Hans Beukers op te halen en een extra doos met breekbare onderdelen, zoals dit per telefoon medegedeeld werd. (Zouden we nu nog zonder de GSM telefoons kunnen?). Deze doos werd dus met de auto mee naar Nederland genomen en niet in de trein gelegd.

 
tekeningen
De voorzitter, Dick Rensema, heeft een hele kofferbak vol met tekeningen van de TEE.

 
De rit naar Lelystad verliep voorspoedig en na onderweg nog even wat in een restaurant (geen Raststätte) gegeten te hebben, arriveerden we om 20:30 uur bij Hans Beukers thuis. Een kwartiertje later kon ik beginnen met het uitladen van de auto.

 
Rob van der Flier en Dick Rensema Met aanvullende gegevens van Kurt Döbeli